Auke de Vries / 2015
Bij Auke de Vries (Bergum, 1937) past de kwalificatie primus inter pares perfect, ‘eerste onder zijns gelijken’: De Vries heeft in de loop der een natuurlijk overwicht als beeldhouwer verworven, bekend bij experts èn het grote publiek. Zijn werk is in veel museale collecties en in de openbare ruimte van verschillende Nederlandse en buitenlandse steden te zien.
Vorm en balans
De Vries paart een feilloos gevoel voor vorm aan een speelse en jeugdige moed voor het maken van werk in zowel monumentale als kleine formaten en functies. Hij past kleuren en vormen vrijgevochten toe in een eigen sculptuurtaal. Een taal die associaties oproept met andere kunststromingen en vormen in de geschiedenis, maar die in hun samenstelling, balans en compositie steeds een eigen leven leiden.
Hij is altijd bezig met balans en compositie. Zijn beelden bestaan uit richtingen, lijnen, vlakken, vormen, volumes, balancerende vormen, bijna onmogelijke scharnieren en lassen en vallende, opstaande, wapperende, waaiende en stram gefixeerde vormen. Hiermee is hij de meester van het beeld dat zichzelf verbeeldt, maar dat bij nadere beschouwing uit allerlei vormen en schijnbaar eenvoudige objecten bestaat, bekend uit het leven van alledag – als in een collage.
De Vries’ oeuvre is groot; niet alleen in formaat, maar ook in hoeveelheid en verscheidenheid, terwijl de beelden onmiskenbaar maar door één kunstenaar gemaakt kunnen zijn. De nerveuze tekenlijnen, volumes en balanceerkunsten maken zijn beelden enig in hun soort, en nauwelijks navolgbaar.
Bekende werken
In de openbare ruimte is zijn 200 meter lange Maasbeeld (1982) in Rotterdam beroemd en door bewoners vaak liefdevol aangeduid als ‘de waslijn’. Het juichende beeld in de waterpartij bij het toenmalige NAI (het huidige Nieuwe Instituut) in Rotterdam is een bijzonder interessante toevoeging bij de architectuur (1994). Gelandet, een beeld op het Daimler-gebouw in Berlijn (2001), speelt een wulps spel met de zwaartekracht en heeft een bepaald soort gevaarlijke aantrekkingskracht voor iedereen die de straat doorkruist.
Sail | 2017
Voor Auke de Vries is het belangrijk dat dit beeld iets aan het Sprengenpark toevoegt. Dat het, in combinatie met het water van de vijver, iets teweegbrengt. Het beeld bestond eerder al in een kleinere uitvoering, als een kriskras stapeling van vormen en huisjes in een vreemde lichtvoetige balans. Deze grotere en speciaal voor het park aangepaste versie staat sinds 2017 midden in de vijver. De huisjes zijn gemaakt van roestvrij staal en geschilderd in felle kleuren; sommige lijken net vogelhuisjes. Onderaan bevindt zich een roer en zwaard van een boot, vandaar dat dit kunstwerk ook wel Vogelboot genoemd wordt.
Sail is samen met de beelden van de overige winnaars te zien in het Apeldoornse Sprengenpark (Sprengenparklaan, tussen de Asselsestraat en de John F. Kennedylaan). Een overzicht van deze beelden vind je op de plattegrond, waar ook een korte wandelroute op is aangegeven.
Kleurrijk sieraad in een doosje
Beeldend kunstenaar en sieraadontwerper Lucy Sarneel (Maastricht, 1961 – Amsterdam, 2000) heeft zich voor haar ontwerp laten inspireren door het kleurrijke spel van vlakken en vormen in het werk van Auke de Vries. De ring is gepresenteerd op een sokkeltje met een vlakverdeling in blauw, grijs en oranje, en een w-vormige metalen drager.
Karakteristiek voor het werk van Sarneel is haar gebruik van doosjes en zink. Communicatie en draagbaarheid waren belangrijke, leidende principes en verbinding met ‘de ander’ was haar centrale thema. De ring voor Auke de Vries heeft de voor haar zo typerende doosvorm: het sieraad heeft een dekseltje waar een ketting in verwerkt is, zodat de ring als halssieraad gedragen kan worden. Een persoonlijk sieraad, passend bij de kunstenaar die haar gezegd heeft ‘niets met ringen te hebben’.
Lucht is Ruimte is Ritme
De mens een wankel evenwicht,
zijn blik een meter.
Hij bestaat in verhouding.
Zijn woning is de lucht
en de grens van lucht.
Erin is wonen.
Rondom zijn vogels, die het deinen
van de zee volgen die de lucht
ook is – de lucht is veel.
Omlijnde ruimte is groter.
Vooral de val bindt ons
aan de harde aarde.
Elk is een stapel, een lichaam
dat neigt naar wetteloosheid
en daarom wetten kent.
Wolkenkrabbers.
We reiken naar de hemel,
richten ons naar de hemel,
we maken ruimte.
Mark Boog (1970)
Dick van Broekhuizen, Joyce Roodnat en Jeroen Doorenweerd